09-04-08

Bedenkingen over het levenseinde.

 

 

Sterven: laatste glimp van vreugde of van verdriet.

 

De nabije dood, en de herinnering aan mijn houding in de gegeven omstandigheid, dat is het meest waardevol wat mij overblijft na de noordwestelijke doorvaart. Nu nog, meer dan dertig jaar later, voel ik nog steeds, bij het innerlijke denken aan mijn dood, de rustige sereniteit die ik toen aanvoelde, gevangen in het pakijs, en het levenseinde zo nabij.

 

Het is toen, dat het belang van een positief oordeel over het voorbije leven mij als essentieel voorkwam. Al levende wat ik dacht mijn laatste ogenblikken te zijn, heb ik definitief begrepen dat mijn dood enkel mijn fysisch leven kon beëindigen. De geest is niet meer bewust als het coma hem overvalt. De laatste bedenkingen, voor mij de ultieme glimp van een tevreden geweten, slingeren zich als eeuwigdurend in het hiernamaals.

 

Deze gewaarwording is voor mij hoogst belangrijk omdat zij het waardevolle van de ultieme confrontatie met het innerlijke zelfbeeld definitief vastlegt. Verwijt men zich niets, dan sterft men tevreden voor wat men geweest is, en dit vergenoegend imago, waaraan niets een bewust einde gesteld heeft, blijft uw eeuwigdurend zielsbeeld. Voor een gelovige is dit de onsterfelijkheid van de ziel en de toegang tot de hemel. Maar ook voor hem, die ontevreden over zichzelf sterft, blijft het sombere zielsbeeld alsook in de eeuwigheid en tekent de weg naar de hel.

 

De gelovige heeft kunnen opmerken dat ik de onsterfelijkheid van de ziel beleefd heb en ook dat een aanneembaar concept van hemel en hel tot uiting kwam.

 

Zo ondervond ik de voorrang van het leven. Het afscheid is deel van het bestaan en zijn verloop is in nauw verband met het voordien geleefde.

 

Gedurende mijn ontreddering, heb ik haar kunnen overmeesteren van zodra ik er van overtuigd was, dat mijn laatste ogenblikken van innerlijke vreugde niet gespaard zouden zijn.

 

De overeenstemming tussen het zielsstreven en het positieve lichaamsantwoord verwekte een opgetogenheid die de laatste fysische krachten vrij gaf en het is deze nieuw herwonnen energie die mij heeft toegelaten de noodtoestand te overleven.

 

Willy de Roos

02-02-08

Het zeilschip

De bouw van mijn schip werd in 1970, door de scheepswerf "Gebroeders Michot" in Thuin,  volbracht.  De werf was gespecialiseerd in de bouw van binnenschepen, maar de geringe afmetingen van de sluizen, die bij aflevering, op de Samber moesten doorvaart worden; lieten de werf niet toe om zich aan de evolutie naar steeds grotere schepen, aan te passen.

Er moest naar andere constructies uitgekeken worden; Zo kwam het inzicht om jachten te bouwen en ik was de eerste om daar op in te gaan. Ik heb het mij nooit beklaagd. De arbeiders op de werf waren zeer bekwaam in staalconstructie en de rondingen van het schip bleken snel de perfectie te evenaren.

Gedurende mijn tochten legde "Williwaw" meer dan 300.000 zeemijlen af zonder noemenswaardige averij. Ik breng met genoegen hulde aan zijn ontwerper Louis Van De Wiele en aan de bouwers uit Thuin.

Het schip werd door de vrienden van het Nationaal Scheepvaart Museum aan het museum geschonken, maar daar bleek geen budget aanwezig om "williwaw" te onderhouden. De stad Antwerpen schudde de last van haar weg en leende het zeilschip aan de STAB met als doel: het schip door hen te laten varen en te onderhouden.

Ik was misnoegd over deze regeling, omdat ik dacht dat het schip zou bewaard worden zoals het was en zodoende zou getuigen hoe en met welke uitrusting de verschillende tochten tot een goed einde gekomen waren.

Vandaag ben ik echter tevreden geworden omdat het schip prachtig onderhouden is en met zorg voor een bredere bemanning is aangepast. Mijn vroeger schip komt een sociaal nut tegemoet en geeft aan jongeren de gelegenheid om met een bekwame leiding de zeilsport te beoefenen.

15:31 Gepost door Willy de Roos in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: de roos, willy de roos, williwaw, willy, station polaire |  Facebook |